De dierenschool

Op een dag kwamen de dieren uit het bos bijeen en zeiden: “Wij moeten een school stichten!” Een school voor dieren om echt Dier te kunnen worden. En zij vroegen een kleine groep uit hun midden om een plan te maken voor de school.

De commissie ging meteen aan het werk om leerdoelstellingen te maken voor de school. Het konijn stond erop dat ‘holen graven’ in het programma werd opgenomen. De haas wilde ‘hardlopen’ erin en de torenvalk vond ‘kunstig vliegen’ het belangrijkste. De karper maakte duidelijk dat ‘geruisloos zwemmen’ er zeker bij moest en de eekhoorn maakte zich bijzonder sterk voor het onderdeel ‘klimmen tegen kaarsrechte stammen van hoge bomen’. En zo geschiedde.

De school werd opgesteld. De leiding zei dat de dieren zich in alle vakken moesten bekwamen om echt Dier te kunnen zijn. Dat had nogal wat gevolgen…

De haas was wereldkampioen hardlopen. Geen dier kon zo snel sprinten en haken slaan als hij. De schoolleiding vond dat het voor de haas belangrijk was, voor lichaam en geest enzo, dat hij zich ook bekwaamde in het ‘kunstig vliegen’ of tenminste gewoon vliegen. Ze zetten de haas op een tak en zeiden op stimulerende toon: “Leer vliegen haasje!”

Het arme dier sprong, dat ging nog wel, maar tuimelde daarna met een klap naar beneden. Daarbij brak hij een poot en viel een gat in zijn hoofd dat nooit meer overging. Zo kwam het dat hij voor hardlopen toch niet meer dan een 6 haalde in plaats van een 10. Maar voor vliegen kreeg hij een 3 in plaats van een 1. Hij had het immers dapper geprobeerd. De leiding was tevreden.

Met open mond zagen alle dieren hoe de torenvalk zijn acrobatische toeren in de lucht vertoonde.

Toch merkte de leiding op dat het voor een valk vast en zeker van grote waarde zou kunnen zijn, nu of in de toekomst, dat hij, net als het konijn holen kon graven in de grond. De valk deed zijn uiterste best, brak echter jammerlijk zijn snavel en kneusde een vleugel. Daardoor kon hij nog nauwelijks vliegen en in plaats van een 10 eindigde hij met een 5. Maar op het onderdeel ‘holen graven’ haalde hij een 4 in plaats van een 1, want er was tenslotte wat grond verplaatst.

En  zo verging het alle andere dieren.

De karper versleet zijn staartvin bij een poging hard te lopen, het konijn verdronk bijna en de eekhoorn verrekte al zijn spieren bij het hardlopen en haken slaan.

Wie haalde tenslotte de beste cijfers, het hoogste gemiddelde? Dat was de hersenloze kwal, die al glibberend, zwibbelend en zwabbelend alle proeven redelijk wist te doorstaan. Zijn botten brak hij niet; hij had er immers geen. En zo werd hij, zwibbel de zwabbel, tot de beste van de school uitgeroepen.