De haan en de zon

De haan en de zon.

Op de kippenboerderij rennen de kippen alle kanten op, helemaal in de war. Wat is er aan de hand? De haan is ziek! Hij kan niet meer kraaien. En hij moet morgenvroeg kunnen kraaien, anders komt de zon niet op. Dan blijft het de hele dag donker. Er wordt getokt en gekakeld, maar niemand weet wat er moet gebeuren. Bang gaan de kippen op stok.

De volgende morgen kruipt de haan, zo ziek als hij is, de mesthoop op. Wanneer hij er bovenop staat, doet hij zijn snavel open, haalt diep adem en……er komt geen geluid uit. Hij probeert nog eens te kraaien, maar het lukt gewoon niet.

Ondertussen komt de zon op. Komt de zon gewoon op! Ook zonder hanengekraai! De kippen zien het stomverbaasd gebeuren. Dan worden ze kwaad. Al die tijd hebben ze voor niks geloofd, dat de haan de zon op kon roepen. “Je bent een grote bedrieger!” zeggen ze tegen de haan en jagen hem van het erf af, weg van de boerderij.

’s Avonds gaat de zon onder, de kippen gaan slapen. En ’s morgens komt de zon weer op. Maar de kippen slapen gewoon door. Er is geen haan, die ze wakker maakt, om van het opkomen van de zon te komen genieten.

 

 

Lessuggesties.

Centraal thema: Van iemand meer verwachten, dan hij kan en niet de waarde zien, van wat hij wel betekent. Iemand afwijzen, omdat hij niet beantwoordt aan het groepsidee.

Onderliggend thema: Geloven zonder nadenken. Spreekwoordelijk: als kippen zonder kop. Denken wat de anderen denken, maakt afhankelijk. Groepsdenken dat ten koste gaat van het uiten van de individuele opvattingen, wensen, gevoelens.

Het belang van vragen kunnen, mogen, durven stellen. Doen wat je kan. Je eigen taak uitvoeren.

 

Koppelbaarheid aan onderwijsdoelen:

Kerndoel 34. Sociaal-emotionele ontwikkeling. Uniek zijn en horen bij een groep. Eigen wensen, gevoelens, opvattingen en die van de groep. Afhankelijkheid in denken.

Zien van de eigen beperkingen en die van een ander, er rekening mee houden, maar vooral zien van de mogelijkheden.

Kerndoel 37. Samenleven, waarden en normen. Bij een groep horen, integratie en identiteit. Uit de groep gezet worden. Kritisch blijven ten opzichte van bestaande ideeën. Respect voor de taak van een ander.

 

Mogelijke open vragen en  richtvragen.

Voor groep 3 en 4.

Waar zijn de kippen bang voor? Hoe komt dat? Hoe denk jij daarover?

Wat kan de haan niet? Wat kan de haan wel?

Zou jij de haan ook weggestuurd hebben?  Waarom wel? Waarom niet?

 

Voor groep 5 en 6.

Zou het aan de haan liggen, dat de kippen dachten dat hij de zon kon oproepen? Wat denk je? Wat vind je daar dan van?

Of ligt het aan de kippen? En wat vind je daar dan van?

Wat vind je van het wegsturen van de haan?

Wat voor belangrijke taak had de haan wel?

 

Voor groep 7 en 8.

Zou er ooit een kip op het idee zijn gekomen: “Misschien ligt het niet aan de haan, dat de zon opkomt”? Wat zou ze dan met dat idee moeten doen? En hoe denk je, dat de andere kippen dan reageren? Waarom?

Ben je wel eens teleurgesteld geweest, omdat je iets geloofde, dat achteraf niet waar was? Hoe was dat? Hoe denk je daar nu over?

Heb je wel eens iets van een ander verwacht, wat die ander niet kon? Van je vader of moeder bijvoorbeeld. Hoe was dat? Hoe ben je er mee omgegaan?

Vind je het wegsturen van de haan wel of niet terecht? Waarom?

Welke taak had de haan wel?