Die ene zeester

Die ene zeester.

Aan zee is het vloed geweest. De ver op het strand rollende golven hebben heel veel zeesterren meegenomen. Nu wordt het eb. De golven komen steeds minder ver. Ze kunnen de zeesterren niet meer mee terug nemen, de zee in. Die blijven liggen op het zand. Zonder water kunnen ze niet leven. Ze zullen verdrogen en doodgaan, voordat het weer vloed wordt. De nieuwe golven komen dan te laat. Er lopen veel mensen op het strand, die het zien gebeuren. En, er loopt ook een klein jongetje, dat zeesterren oppakt en ze weer in het water gooit. “Waarom doe je dat?”, vraagt een man. “Er liggen duizenden zeesterren. De meeste gaan toch dood. Wat maakt het nou uit, wanneer je er nog een paar redt?” Het jongetje kijkt naar de spartelende zeester in zijn handen. Dan kijkt hij de man aan en zegt: “Ik kan niet voor al die zeesterren iets doen, maar voor deze wel!” En hij gooit hem terug in de zee.

 

Centraal thema:  Je kunt niet alles doen. Maar juist dat ene doen, wat je wel kan, is waardevol.

Onderliggend thema: Je machteloos voelen, wanneer er te veel gevraagd wordt, kan leiden tot dan maar niets doen. Doen wat je kunt doen, wanneer het nodig is.

 

Koppelbaarheid aan onderwijsdoelen:

Kerndoel 34: Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het kennen van de eigen mogelijkheden en beperkingen. Wat kan je niet? Wat kan je wel? Het is belangrijk, dat je doet wat je kan, zeker wanneer dat nodig is.

Kerndoel 37: Mens en samenleving. Wat doe je als er een beroep op je gedaan wordt? Omgaan met machteloosheid in sommige situaties.

Omgaan met hulpeloosheid, afhankelijkheid van anderen.

 

Mogelijke open vragen en richtvragen.

 

Voor groep 3 en 4.

Waarom brengt het jongetje zeesterren terug naar de zee?

Wat vindt de man daarvan?

Ben je het daar mee eens? Waarom? Waarom niet?

 

Voor groep 5 en 6.

Waarom brengt het jongetje zeesterren terug naar de zee?

Wat vindt de man daarvan?

Ben je het daar mee eens? Waarom? Waarom niet?

Denk je dat er meer mensen zeesterren terug in het water gaan gooien,

wanneer ze zien wat het jongetje doet? Waarom?

Waarom doen anderen het niet?

Heb je zelf wel eens gedacht, dat iets nooit zou lukken?

Heb je het toen toch geprobeerd? Of ben je er maar niet aan begonnen?

Hoe was dat?

 

Voor groep 7 en 8.

Dezelfde vragen als voor groep 5 en 6 kunnen gebruikt worden.

Heb jij je wel eens machteloos gevoeld?  Waarom?

Heb je toen geprobeerd om iets te doen? Waarom wel? Waarom niet?

Heb je wel eens iemand ontmoet, die hulpeloos was, afhankelijk van jou? Dat kan ook een dier zijn geweest. Hoe was dat? Hoe ging je daar mee om?