Tijd en werkelijkheid

Er is een leuk verhaal dat heel simpel weergeeft hoe het denken je werkelijkheid creëert.

Lees eerst het verhaal over Het ego

Naast het denken als scheppende factor van dualisme werken ook alle zintuigen mee aan de schijnbare ervaring van dualisme. Op het moment dat je je ogen opent ervaar je ‘twee’: ik en al het andere. Osho schreef ooit in een van zijn boeken een zeer praktische en treffende vergelijking over de werking van toekomst en verleden. Het gaat zo:

Stel je staat onder een hoge boom op iemand te wachten. Je kunt niet verder kijken dan 200 meter naar links en naar rechts.
Een andere man zit hoog in het topje van de boom. Hij heeft meer zicht, hij kan wel een kilometer naar links en naar rechts kijken.
Je vriend komt er aan. Eerst wordt hij zichtbaar voor de man in de boom. Zodra je vriend op de weg verschijnt is hij voor de man in de boom heden geworden, terwijl hij voor jou nog toekomst is want jij hebt hem nog niet gezien. Zodra hij binnen jouw gezichtsveld komt, is hij voor jou ook heden. Tot dat moment was hij toekomst.

Dan doemt de vriend op, je praat wat met hem en hij loopt weer verder. Na zo’n 200 meter verdwijnt hij voor jou, hij is voor jou verleden geworden, maar voor de man in de boom is hij nog steeds heden, nu.
Verleden en toekomst bestaan niet. Er bestaat alleen nu. Er bestaat maar één moment: heden – dat moment is eeuwigheid.

Er is een leuk verhaal dat heel simpel weergeeft hoe het denken je werkelijkheid creëert:

Er was eens een man die een prachtig paleis in de stad had. De mensen kwamen het altijd bekijken. Het was een wonder van architectuur. Maar op een nacht vatte het plotseling vlam. De man was bij een vriend op bezoek gegaan. Iemand stelde hem op de hoogte: “Wat doe jij hier? Je paleis staat in brand.”
Hij holde erheen, niets kon hem dieper schokken dan dit. Zonder dat hij het wist, stroomden de tranen over zijn wangen. Zijn kostbaarste schat, waar hij het meest aan gehecht was, werd voor zijn ogen verwoest en hij kon niets doen. Het vuur had al te vér om zich heen gegrepen.
Juist op dat moment kwam zijn jongste zoon aanrennen en zei tegen hem: “Vader, maak je geen zorgen. Gisteren heb ik het huis verkocht. De koning bleef maar volhouden dat het hem in verlegenheid bracht dat u een mooiere woning had dan hij. Ten slotte besloot ik het maar te verkopen – en bovendien was hij bereid elke prijs te betalen.”
Plotseling droogden zijn tranen op en verscheen er een lach op het gezicht van de man.

Er was echter niets veranderd. Het huis stond in brand, maar het was opeens zijn huis niet meer. Wat kon het hem schelen? Het was dus niet het huis dat hem zo’n pijn deed, het was zijn ego, zijn huis.

Maar toen kwam zijn middelste zoon die zei: “Vader, wat sta je te lachen? Hoewel we tot de verkoop van het paleis hebben besloten, is er nog geen contract opgesteld. En natuurlijk zal de koning het geld niet betalen. Ik heb alle reden te vermoeden dat hij achter de brand zit.” En daar kwamen de tranen weer.

Maar de situatie was nog steeds hetzelfde, er was niets veranderd. Alleen de idee was veranderd. Toen het huis van hem was, was er groot verdriet. Toen het huis niet langer van hem was, verdween alle verdriet.

Tenslotte kwam de koning zelf in zijn koets voorbij en zei: “Maakt u zich geen zorgen. Ik ben een man van mijn woord. Als ik iets heb gekocht, heb ik het gekocht. Er is nog geen contract opgesteld en er is geen bedrag aanbetaald, maar het is voldoende dat we de koop gisteren mondeling zijn overeengekomen. Het is mijn huis dat in brand staat. Maakt u zich maar geen zorgen.” En plotseling lachte de man weer, in plaats van te huilen.